Claudia Fijnvandraat Ceremoniemeester
- 6 feb
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 2 dagen geleden
Kim en ik kennen elkaar al sinds onze zoons ongeveer net zo groot waren als een knuffelbeer — ze lagen al samen in de box bij de gastouderopvang voordat wij doorhadden dat we ooit vriendinnen zouden worden.
Toen wij vriendinnen werden, ging het ook meteen goed los. We maakten samen liefdes, scheidings- en Tinder-avonturenmee.
We waren een aantal maanden tegelijkertijd vrijgezel, deelden dates die beter nooit hadden plaatsgevonden, en in dezelfde periode woonde Kim om het weekend bij mij.
Chaos, koffie, wijn — vooral heel veel wijn, een piercing en hysterisch lachen.
Kim is zo’n vriendin die altijd voor je klaarstaat. Voor mij, voor haar kinderen, voor haar familie, voor iedereen. Ze is zorgzaam, loyaal en sterk — ook als het leven gewoon even
totaal niet meezit.

En toen was daar Victor. De avond dat ik hem voor het eerst ontmoette, moest ik Kim
intapen vanwege gekneusde ribben. Buiten voor haar huis zag ik een zenuwachtig
klein mannetje heen en weer ijsberen. Ik dacht nog: oké... dit wordt interessant — en
liep naar binnen. Toen de deurbel ging, deed ik open zonder uitleg en begroette hem
vrolijk met: “Hé Wesley!” — een binnenkomer die hij me nog steeds niet helemaal heeft
vergeven.
Maar hij bleef. Rustig, lief en geduldig. Zó geduldig zelfs, dat Kim inmiddels ruim de tijd
had gehad om Pinterestborden, jurken en trouwlocaties te verzamelen voordat het
aanzoek eindelijk kwam. Maar eerlijk is eerlijk: wachten op iets goeds loont.
Jarenlang ben ik een vast meubelstuk in hun huis geweest.
En eerlijk: als je iemand zó vaak ziet, op z’n rommeligst, vermoeidst en ongefilterdst, en je denkt dan nog steeds ja, dit klopt — dan weet je genoeg. Dit huwelijk is geen verrassing. Hooguit dat het niet eerder is gebeurd.




Opmerkingen